0

Behangen

Behangen is heel eenvoudig: Lees deze simpele tips door en je behangklus zo gepiept. We hebben de instructies voor je onderverdeeld in vliesbehang en papierbehang.

 

Vliesbehang

 

Wat heb je nodig?

• Behanglijm voor vliesbehang
• Blokkwast of behangroller
• Scherp afbreekmes
• Waterpas & potlood of loodlijn
• Behangspatel
• Trapje

 

1. Voorbereiding

Een goed begin is het halve werk. Zorg ervoor dat je muur glad, schoon, droog en egaal van kleur is. Zit er nog een oude laag behang op de muur, dan moet je deze eerst verwijderen. Verwijder ook alle afdekplaatjes van schakelaars en stopcontacten en schakel elektragroepen uit. 

 

 

2. Loodrechte lijn

Omdat deurkozijnen, muren of plafonds niet altijd waterpas zijn, kun je het beste met behulp van een waterpas of een loodlijn een loodrechte lijn op de muur tekenen. Teken deze lijn ongeveer 50 centimeter (de rolbreedte - 3 cm) vanaf de hoek waar je begint met behangen. Begin met de hoek die zich het dichtst bij het raam bevindt. Op deze manier valt het licht op de naden, zodat je ze goed ziet en de volgende baan mooi aansluit.

 

3. Banen snijden 

Als je voorbereidingen hebt getroffen kan het behangen beginnen. Snijd het behang in banen. Meet hiervoor de hoogte van de muur en tel daar 5 centimeter bij op. Let op een eventueel patroon in het behang. Zit er een patroon in het behang dan heb je per baan de hoogte van de muur nodig + 1 keer het patroon, +5 cm voor de snijranden. Bijvoorbeeld: Je muur is 240 cm hoog en je hebt behang uitgekozen met een patroon van 53 cm. Dan heb je banen nodig van 240 + 53 + 5 = 298 cm.

 

 

4. Lijmen

Lijm de muur gelijkmatig in met behanglijm voor vliesbehang. Wanneer je behang bestelt op onze website kun je in het winkelmandje gelijk ook behanglijm toevoegen aan je bestelling, zodat je direct de juiste (hoeveelheid) lijm voor jouw behangproject hebt. Gebruik een blokkwast voor het insmeren van de muur. Dit is een platte, dikke kwast die geschikt is om grote oppervlakten in te smeren. Breng de lijm per baan aan. Zorg er altijd voor dat de lijm breder (circa 10 cm) aangebracht is dan de behangbaan zelf als daarnaast nog een baan komt.

 

 

5. Plakken

- Plak de bovenkant van de eerste baan behang (met een klein beetje overlap van ongeveer 3 cm tegen het plafond) aan de muur. Werk van boven naar beneden en plak de baan recht langs de getekende lijn of loodlijn. Niet helemaal recht? Vliesbehang kun je voorzichtig lostrekken. Doe dit wel voordat de lijm opdroogt.
- Strijk het behang met een behangstrijker of droge doek licht na voor een glad resultaat.
- Snijd het overtollige behang aan de boven- en onderkant af met een afbreekmesje. Houd een behangspatel tegen de plint, zodat je het behang recht en strak kunt afsnijden.
- Plak de volgende behangbaan op dezelfde manier en zorg ervoor dat deze goed aansluit op de baan die je daarvoor hebt geplakt. Als het behang een patroon heeft, houd dan ook rekening met het verzet en de rapporthoogte. Hieronder vind je meer informatie over de begrippen “rapport” en “verzet”.

 

Patroonherhaling: Wat betekenen de begrippen “rapport” en “verzet”?

Het rapport geeft de afstand tussen het begin en het eind van een patroon aan. Met andere woorden: het rapport geeft aan na hoeveel centimeter het patroon zich herhaalt.

Het verzet geeft aan hoe verspringend het patroon is ten opzichte van de strook ernaast. Hieronder vindt u een uitleg van de drie meest voorkomende patroonovereenkomsten:

Rapportloos: als een behang rapportloos is, betekent dit dat je bij het plakken niet hoeft te letten op een patroonerhaling. Ook hoef je bij de berekening van het aantal rollen dat je nodig hebt geen rekenning te houden met het patroon.

Recht verzet: als een behang een recht verzet heeft, betekent dit dat het partoon op je behangbaan in een rechte horizontale lijn gelijk moet zijn aan het patroon op de volgende baan. Als een behang een recht verzet heeft, moet je hier ook rekening mee houden bij de berekening van het benodigde aantal behangrollen.

Verspringend verzet/half verzet: een verspringend verzet, ook wel half verzet genoemd, houdt in dat het patroon op de volgende behangbaan een halve printherhaling (de helft van het rapport) lager geplakt moet worden. Als een behang een verspringend verzet heeft, moet je hier ook rekening mee houden bij de berekening van het benodigde aantal rollen.

Stortend verzet: bij een stortend verzet moet elke baan in tegenovergestelde richting van de vorige baan geplakt worden. Bij een stortend verzet hoef je bij de berekening van het aantal rollen dat je nodig hebt geen rekenning te houden met het patroon.

 

Papierbehang

 

Behangen met papierbehang is in veel opzichten hetzelfde als behangen met vliesbehang, maar er is één belangrijk verschil: bij papierbehang lijm je niet de muur, maar het behang zelf in.

Wat heb je nodig?

        * Behangtafel
        * Behanglijm voor papierbehang
        * Scherp afbreekmes
        * Blokkwast of behangborstel
        * Behangspatel
        * Waterpas & potlood of loodlijn
        * Trapje
        * Vochtige doek of spons

 

 

1. Voorbereiding

Een goed begin is het halve werk! Zorg er daarom voor dat je muur glad, vetvrij, droog en egaal van kleur is. Zit er nog een oude laag behang op de muur, dan moet je deze eerst verwijderen.

Vul eventuele gaten op met een gatenvuller, verwijder alle afdekplaatjes van schakelaars en stopcontacten en schakel elektragroepen uit. Vermijd temperatuurschommelingen en tocht, omdat hierdoor behang kan krimpen met als gevolg dat de naden tussen de behangbanen groter  kunnen worden.

Tip: Controleer of alle behangrollen hetzelfde batchnummer hebben om eventuele kleurverschillen te voorkomen.

 

 

2. Loodlijn 

Omdat deurkozijnen, muren of plafonds niet altijd waterpas zijn, kun je het beste met behulp van een waterpas of een loodlijn een loodrechte lijn op de muur tekenen. Teken deze lijn ongeveer 50 centimeter (de rolbreedte - 3 cm) vanaf de hoek waar je begint met behangen.
Begin met de hoek die zich het dichtst bij het raam bevindt. Op deze manier valt het licht op de naden, zodat je ze goed ziet en de volgende baan mooi aansluit.

 

3. Banen snijden

Als je de voorbereidingen hebt getroffen, kan het behangen beginnen. Snijd het behang in banen. Meet hiervoor de hoogte van de muur en tel daar 10 centimeter voor de snijranden bij op. Let op: als er een patroon in het behang zit, heb je per baan 1 keer de hoogte van de muur + 1 keer het patroon, + 10 cm voor de snijranden nodig. Bijvoorbeeld: je muur is 240 cm hoog en je hebt behang uitgekozen met een patroon van 53 cm. Dan heb je banen nodig van 240 + 53 + 10 = 303 cm. Markeer de banen. Geef duidelijk aan welke kant de bovenkant is.

 

4. Lijmen

Wanneer je het behang op maat gesneden hebt, kun je met het inlijmen van de stroken beginnen. Leg de behangstrook op de behangtafel met de achterkant naar boven. Gebruik een behangkwast of een blokkwast om de lijm gelijkmatig te verspreiden. Zorg ervoor dat ook de randen en hoeken goed ingesmeerd zijn.

 

5. Inweken

Vouw vervolgens beide uiteinden naar het midden dicht. Vouw het behang daarna nog een keer dubbel en laat de lijm inweken. Op de verpakking van de behanglijm staat aangegeven hoe lang de lijm moet inweken. Let op: Bij een te korte inweektijd kunnen er bobbels in het behang ontstaan, maar bij een te lange inweektijd kan de lijm zijn kleefkracht verliezen.

 

6. Plakken

Plak de bovenkant van de eerste baan behang (met een klein beetje overlap van ongeveer 3 cm tegen het plafond) aan de muur. Vouw de behangbaan voorzichtig uit en plak de baan recht langs de getekende lijn of loodlijn.Strijk het behang met een behangspatel licht na voor een glad resultaat. Heb je na het gladstrijken nog luchtbellen onder je behang? Kleine luchtbellen verdwijnen bij het opdrogen. Zijn er grote luchtbellen ontstaan, dan kun je deze voorzichtig lek prikken met een speld. Veeg het behang daarna weer glad met de behangspatel.

Snijd het overtollige behang aan de boven- en onderkant (of zijkant) af met een afbreekmesje. Houd een behangspatel tegen de plint, zodat je het behang recht en strak kunt afsnijden.

Breng de volgende behangbaan op dezelfde manier aan, maar plak deze net iets over het randje van de vorige baan. Papierbehang krimpt namelijk nog een beetje. Veeg eventuele lijmresten gelijk weg met een vochtige doek of spons weg. Let er bij het plakken van de volgende banen ook op dat het patroon goed aansluit op de voorgaande banen. Hierboven vind je meer informatie over patroonaansluiting. 

 

 

Bezig met laden...